De avonturen van Senterix

        vlaggen   driegemeentenSENTE          logo sente wapenschild

In de eerste eeuw na de geboorte van Christus waren onze streken bezet door Romeinse soldaten. Nadat Caesar onze streken veroverd had, was Cortoriacum al vrij snel geromaniseerd. De inwoners spraken er een soort Latijn met een lispelende tongval en het was bon ton de rollende Keltische r te vervangen door een huig-r in navolging van de Romeinse garnizoenscommandant en volkstribuun Vincentius Quickelbornius.

De Romeinse keizers gingen ervan uit dat ze heel Gallië onder hun gezag hadden. De lokale bevolking wist beter. Een Keltische landbouwer met een kroostrijk gezin hield niettemin stand in een gebied ten noorden van de Romeinse vicus ‘in de bocht van de rivier’ en aanvaardde keizer noch heerser. Senterix was zijn naam.

Het vruchtbare gesfakland rondom zijn boerderij was afgezoomd door een kluwen van doornige bossen en sompige gevaarlijke moerassen. Telkens wanneer een leger of een stam Senterix definitief probeerde te onderwerpen, vluchtte hij  met kroost, bezittingen en varkens in de onherbergzame moerasbossen die hem scheidden van Cortoriacum in het zuiden, van de vicus Cuernensus in het oosten en van de onderworpen Gallische stam Landala in het noorden.

Geen enkele krijgsmacht kreeg hem ooit klein. Uiteindelijk kwamen zijn drie buren overeen dat ze aan het gezag in Rome zouden wijsmaken dat de andere Senterix overwonnen en geknecht had. Zo kwam het dat Vincentius aan keizer Nero vertelde dat uiteindelijk Franciscus Benedictus van de vicus Cuernensus Senterix verslagen had, terwijl Franciscus diezelfde keizer geruststelde  dat amazone Carina Wahala uit Landala alles onder controle had op Senterix vruchtbare velden.

Die trojka was evenwel unaniem vol lof over de moed die varkenshoeder Senterix aan de dag legde. Hij had iets van een ecologische zuiverheid, omdat hij niets afwist van de verwijfde etiquette der Romeinen. Hij liet daarom ook geen enkele handelaar tot bij hem komen met luxegoederen of comfortproducten. Ten huize Senterix heerste het gezond verstand en de noeste arbeid. Procedures, wetteksten of munten waren hem vreemd. Toen hij ooit in de nachtelijke uren twee legioensoldaten betrapte in de nok van zijn stal die zijn overheerlijke gerookte ham aan het stelen waren, stripte hij hen van al hun kledij en jaagde ze poedelnaakt door de duistere braambossen. Hij vond in hun beurzen twee munten die hij prompt weggooide.

Senterix’ nakomelingen vind je 2000 jaar later nog steeds terug in de buurt waar de vroegere boerderij stond en waar de huidige eigenaar in de velden langs de Magerstraat er recent twee Romeinse munten vond.

Je herkent Senterix’ telgen aan hun onbevangen attitude. Ze betuigen je de ongereptheid in een dorp dat vele meesters maar geen heerser kent, aangevuurd in hun handelen door gezond verstand, hard werken, niet omzien en goed doen. En dit niet voor zichzelf, maar vooral voor de ander.

Frederik Tack